Contact  |  Examens  |  Extra bestellingen  |  DirksenPlaza  |  FAQ's  |  Sitemap

 

Cursussen 
InformaticaGedetailleerde inhoudsopgave Medical Network Engineering
 

 

 

 

 

Dag 1

Theorie

1. Wat is de essentie van een netwerk?
2. Medische aspecten van een netwerk.
3. Wat is het verschil tussen server-based en peer-to-peer netwerken?

Praktijk

  • Configuratie van een netwerkkaart in windows.
  • Belang van computernamen en werkgroep.
  • Demonstratie 'géén netwerk' als er geen bestands- en printerdeling is.

Theorie

4. Het definiëren van begrippen als Netwerk Operating System, client,
terminal, Netwerk Interface Card (NIC).
5. Plaats en taak van netwerkprotocollen en het begrip 'Toegangsprotocol en Media Access Control'.
6. Verklaring van het pc-model in relatie tot netwerkverbindingen.
7. Uitleg Ethernet en toegangsprotocollen in het algemeen (CSMA/CD, FDDI ) en de relatie tot de MAC.
8. Nut en praktisch gebruik van het OSI-reference model voor modellering en troubleshooten.

Praktijk

  • Installatie van een netwerkkaart en aandachtspunten voor driverafhankelijkheden, versies en plug-and-play.
  • Installatie en configuratie van een netwerkprotocol aan de hand van het OSI-model.
  • Peer-to-peer netwerk maken met TCP/IP.

Theorie intermezzo:

9. Aandacht voor versies van drivers en NDIS.
10. Afhankelijkheid van Windows en de sessie (Netbios) laag.
11. Uitleg over NetBIOS functie en gebruik van NET-commando's voor cliëntverbindingen.
12. Koppelen van seriële of andere apparatuur aan netwerken.

Praktijk

  • Connecties testen met 'computer zoeken' en netwerkverkenner.
  • Controle netwerk onderdelen met Sysinfo.
  • Terugkoppeling naar het OSI-model voor het inzicht.

Dag 2

Theorie

1. Verklaring componenten en toepassing van de OSI-reference
2. Topologie, hubs en switches.
3. Aandachtspunten voor diverse soorten TP-bekabeling en connectors.
4. Verklaring van begrippen en werking van repeater, switch, bridge, router, brouter en LAN-LAN koppelingen met behulp van het OSI-model.
5. Wat is het verschil in functie tussen terminal, werkstation en volledige client?
6. Uitleg over frame-opbouw en frame-typen (TCP/IP) en demo met een zogeheten framegrabber.
7. Belang en werking van de Logical Link Control voor koppeling van meerdere protocollen en/of netwerkkaarten.
8. Aanmelding op Windows server en rol van clients.

Praktijk

  • Protocol keuze en maken van peer-to-peer verbinding met TCP/IP
  • Testen van verbindingen als Netbios over TCP/IP is uitgeschakeld.
  • Werken met (UNC) netwerkmappen en shares.

Theorie intermezzo:

9. Uitleg over automatische IP-adressering in Windows (APIPA)
10. Primaire beveiligingsfilosofie via NTFS.
11. Wat is de functie van de UNC conventie?
12. Primaire beveiligingsfilosofie via NTFS.
13. Wat is nodig voor UNIX/Linux connecties?
14. Begrip Server Message Blocks en Samba voor Unix.
15. Koppelingen met bedsystemen.
16. Basis werking en klasse begrippen van IP-adressering.
17. Het belang van webgebaseerde verbindingen en toepassingen in de medische wereld.

Praktijk

  • Activeren van de Windows-clients voor domein aanmelding.
  • Maken van twee netwerken met TCP/IP.
  • Het effect van IP-adressering bekijken en functie van een router voor LAN-LAN koppeling ervaren.
  • Detectie en interpretatie van node-adressen en computernamen (MAC adressen en ARP).
  • Terugkoppeling naar het OSI-model voor het inzicht.

Dag 3

Theorie

1. Werking van IP-adressering, classes, subnetmask en netwerkadres bereiken.
2. Begrippen als CIDR en VLSM in relatie tot het subnetmask en routers.
3. Wat is domain name service (DNS) en DHCP. Het verschil tussen statische en dynamische IP-adressering.
4. De taak van TCP, UDP en poorten in relatie tot het OSI-model.
5. Het belang van server- en client applicaties voor TCP/IP.
6. Functie en toepassingen van FTP, Telnet en HTTP. Werking van TCP- poorten en services.
7. Werking en plaatsbepaling van hostlijsten voor DNS.
8. Functie en configuratie van DNS en DHCP-servers.
9. Connectivity met andere netwerken en systemen op basis van TCP/IP,
routers en NAT-principe.
10. Verbindingen testen met IP-utilities (ping, tracert, ipconfig, ARP, etc.).

Praktijk

  • Installatie van TCP/IP in Windows.
  • Testen op naam en IP-adres. Controle van de hostlijst.
  • Gebruiken en testen van subnetten.
  • Maken van een verbinding tussen 2 subnetten met een router.
  • Pingblokkade in Windows.
  • Instellen en testen van FTP met up- en download naar een Linux/UNIX/W2K Server.

Theorie Intermezzo:

11. Wat is de functie van UDP versus TCP?
12. Het verschil tussen send- en receive-poorten en TCP-applicaties.
13. Primaire beveiliging voor TCP/IP-systemen (IPsec, SSL) en firewall.
14. Functie van proxy servers en firewalls.
15. Instellen zones en domeinen in een DNS-server.
16. Het gebruik van IP-adres en poortscanners in relatie tot troubleshooting.
17. Switches (laag 2 en 3) en VLAN-principes.

Praktijk

  • Controle op Broadcast verkeer met framegrabber.
  • Testen van andere DNS-zones en domeinen.
  • Verschil aantonen tussen computernamen en DNS-namen.
  • Terugkoppeling naar het OSI-model voor het inzicht.

Dag 4

Theorie

1. Wat zijn VLAN's en wat is de invloed van VLAN's op netwerkbelasting en flexibiliteit?
2. Uitleg over netwerkstructuur binnen röntgenafdelingen en modaliteiten.
3. Wat zijn trunks en waar dienen ze voor?
4. Uitleg over laag-3 switches en routers in VLAN's .
5. UNIX en Windows koppelingen ten behoeve van datatransfer (Bedsystemen en PACS).
6. Functionele uitleg over structuur en concepten van DICOM, HL7.
7. Dataflow tussen modaliteiten en servers bij het gebruik van het Dicom- protocol.
8. Dataflow Dicom en HL7. Betekenis van HL7 voor ziekenhuisinformatiesystemen.
9. Gateway functie(s) in relatie tot het ziekenhuisnetwerk en modaliteiten.
10. Functie en dataflow voor archiving en PACS.
11. Active directory voor praktisch gebruik van resources (shares).

Praktijk

  • Configuratie van een Dicom-toepassing.
  • Het Application Entity begrip en instellingen.
  • DICOM informatie en headers bekijken.
  • Optioneel: configuratie van een TCP/IP-device met DHCP en apparatuur met vaste IP-adressen. Doel is het nut van DHCP-reserveringen te ondervinden.
  • Demonstratie van het converteren en verzenden van een JPEG-plaatje via DICOM.
  • Demonstratie van een framegrabber en DICOM-informatie.

Theorie intermezzo:

12. Terugblik en duiding van netwerkcomponenten, protocollen en dataflow binnen de voorkomende medische systemen.
13. Het verband tussen netwerkstructuur en middelen (toepassingen) in de medische informatievoorziening.
14. Informatievoorziening, essentie van databases en SQL.

Vervolg praktijk

  • Gebruik van VLAN's en routerkoppeling.
  • Terugkoppeling naar het OSI-model voor het inzicht.

Dag 5

Theorie

1. Werking van bridges en switches in relatie tot collision en broadcast-domeinen (performance aspecten).
2. Werking van multicast in relatie tot performance.
3. Speciale kenmerken van ISDN/ADSL/WAN-routers.

Praktijk

  • Aansluiten van groepen pc's en server in meerdere IP-subnetten en koppelen met een router.
  • Optioneel : routetabel op W2K clients aanpassen voor koppeling naar ander netwerk.
  • Gebruik van standaard (command utilities) gereedschappen voor troubleshooting.
  • Methodische troubleshooting in netwerken en gereedschappen.

Theorie

4. Doel en functie van HL7.
5. Uitwisseling (compatabiliteit) tussen Dicom en HL7.
6. Principes van de HL7-conversie, gebruik van XML en berichtverkeer.
7. Globale opbouw van HL7-messages en begrippen als inbound en outbound.
8. Elektronische Patienten Dossiers (EPD) en relatie met HL7.

Demo

  1. Er zullen onderdelen van het HL7 bericht verkeer gedemonstreerd worden.
  2. Terugkoppeling naar het OSI-model voor het inzicht.

Eindtoets (ongeveer 1 uur durend)

De training wordt afgesloten met een praktijk- en theorie toets.
Alleen bij voldoende resultaat voor beide toetsen wordt een verklaring uitgereikt. De toets zal na afloop gezamenlijk besproken worden.